
We vertrekken in de middag van 26 december in de limo van ENF. We zijn met z'n vieren, Frans en Vivian van ENF en Marcel de Dakar-gek, die me de afgelopen maanden heeft geholpen en ik natuurlijk. De motor en de benodigde spullen liggen in de aanhangwagen achter ons. We rijden door Parijs, en voor mij was dat altijd de echte start van de Dakar. Ik ben er in 2000 naar toe gegaan om de start te zien vlak bij de Eiffeltoren. Nu rijden we er langs en ik word steeds enthousiaster. Alles loopt lekker tot we zonder benzine komen te zitten. Het is koud en we wachten op de Franse ANWB, maar het geeft wel een avontuurlijk gevoel. We overnachten in Tours.
We arriveren rond het middaguur en we gaan naar de plek waar we mogen uitladen.
We zorgen toch maar dat we er om 730 zijn, maar de dame had gelijk. Niemand kwam opdagen, na ongeveer een uur konden we naar binnen, ik was de eerste. Dat was fijn want iedereen was nog fit en vriendelijk en enthousiast, dus het gaat gesmeerd.
De volgende dag is mijn laatste dag als toerist, mijn zenuwen maken al overuren. Ik ga wat vaker naar het toilet dan gewoonlijk, dus de dag wordt wat wazig. Ik leg al m'n spullen klaar en ga veel later naar bed dan de bedoeling was. Ik slaap ook niet goed. Vroeg op en naar het Parc Ferme. Ik hoor dat bananen veel vitamine B bevatten, goed tegen stress, ik neem er 5 als ontbijt.
Nu moet ik even wat opbiechten, want ik heb nooit eerder een roadbook gebruikt. Gister heb ik me opgesloten in de badkamer en mezelf een spoedcursus gegeven toen m'n zenuwen de overhand kregen, de rest moet ik gaande weg maar leren. Het zal wel goed komen. Degene waarmee ik weggereden ben gaat nog net door het oranje licht en ik moet stoppen. Mensen langs de weg wijzen me naar de snelweg dus ik ga die kant op. Na een paar minuten op het roadbook kijken en de straatnamen vergelijken kom ik erachter dat ze me hebben beetgenomen. Ze hebben me de verkeerde kant opgestuurd. Al m'n zenuwen hebben nu wel het kookpunt bereikt en ik word woest op mezelf dat ik niet beter heb opgelet. Het is een goede les en op veilig terrein. Na 15 km ben ik weer op de goede weg en neem me voor niet zo maar op iemand anders aanwijzingen in te gaan. Rijdende over de snelweg met nog een heleboel andere motoren zie ik de zon opkomen. Het leven is weer goed en ik doe mee aan de Dakar. Dan ruik ik hete olie. Ik kijk naar de voorvork en ik zie dat alles eronder zit dus stop ik snel om het te checken. Buitenkant eraf alles schoonmaken en de motor starten. Ik zie geen lekkage. Dan herinner ik me dat ik voor vertrek de olie heb ververst en er waarschijnlijk iets teveel in heb gedaan en als je dan gaat rijden komt dat eruit. Ik wilde dat ik meer bananen had meegenomen. Nog een stukje verder rijden en even stoppen voor koffie. Ik ben in Nederland een echte koffiedrinker geworden en een beetje cafeïne wil wel helpen.
Ik rij naar het begin van de special en weet niet goed wat er komen gaat. Als ik daar aankom en de man mijn nummer ziet wordt ik meteen doorgestuurd naar de startlijn. De tijd die ik verloren heb met het verkeerd rijden, de olie en de koffie zorgt ervoor dat ik 2 minuten na aankomst meteen weer verder moet. Alweer een goede les, niet rondlummelen op de transport secties. Ik ben aan de beurt en sta weer met dezelfde motorrijder aan de startlijn. We kunnen beginnen en eindelijk ligt daar voor mij het zand. Ik kom al snel in een lekker ritme en alles gaat goed. Ik rij achter Peter Stijkel ook een Nederlandse deelnemer die al een aantal keren heeft meegedaan dus volg ik hem en leer zoveel mogelijk, hij heeft een comfortabele snelheid voor mij. Niet te langzaam maar ook niet te snel waardoor je je controle verliest, zo'n 70%. We komen motor #116 tegen die iets langzamer gaat en ik blijf even bij haar. Haar? Ja, Patricia Watson-Miller doet dit jaar haar 5-de Dakar. Zij en Stijkel worden wat opgehouden in een bocht, ik kan ervoorbij en ga door. Het gaat echt heel goed en ik vergeet het advies dat velen mij gaven: "Als het lekker gaat en je voelt je zeker, dan GAS TERUG "!!!!!!!!!!!!! Dat doe ik niet en val in de modder met heel veel toeschouwers langs de kant. Mijn trots is ietwat gedeukt en wanneer ik de motor oppak zie ik Patricia en Peter ook weer. Ik blijf ze voor maar doe rustig aan en kom een minuutje eerder in het checkpoint aan. Vanaf daar is het weer snelweg naar Portimao. Frans haalt me in met de limo, ze hebben een stuk van de special kunnen zien, en we arriveren gezamenlijk in het bivak. Ik zoek mijn kist, werk wat aan de motor terwijl Frans en Vivian een hotel zoeken en dan breng ik de motor weer naar het Parc Ferme.
Lekker geslapen en vroeg op want we moeten terug naar Portimao om te starten. De start en de rit naar de special waren niet interessant totdat ik me realiseerde de laatste mogelijkheid om te tanken net te zijn voorbijgereden. Ik krijg het gevoel dat ik elk mogelijke stomme fout in deze Dakarpoging ga maken. Ik check al m'n tanks en ik weet zo goed als zeker dat ik het ga redden tot de volgende mogelijkheid. Terwijl ik sta te wachten voor de start zie ik Patricia en we vergelijken onze starttijden. Die zijn hetzelfde dus we blijven bij elkaar. Ik vraag haar of ze het goed vindt als ik achter haar blijf rijden om van haar te leren, maar ze wordt nogal nerveus als mensen te dicht achter haar zitten dus ik ga m'n eigen weg. Volgens mij rij ik in een prima tempo maar als ik omkijk zie ik Patricia niet meer. Ik hoop dat alles goed is. Ik rij lekker door, geniet van het leven. Het parcours is net als de bergweggetjes in Australië en het enige dat nog mist is een plotseling tevoorschijn springende kangoeroe. Nou die mis ik dus helemaal niet!
Ik weet niets meer van de reis want ik ben meteen in slaap gevallen. Malaga zelf bruist van de activiteit, overal zijn mensen die iets van de Dakar-karavaan willen zien. We komen bij de haven en laden de motor uit. Ik zoek voor de laatste keer m'n spullen uit en maak 2 stapels, 1 die meegaat en 1 die naar huis gaat. Ik probeer vooral die laatste stapel groter te maken. Dan is het tijd om afscheid te nemen, Marcel, Frans en Vivian gaan naar huis, vanaf nu moet ik het alleen zien te rooien. Ze zwaaien me uit en ik rij naar het laatste checkpoint om m'n tijdskaart in te leveren. Dan krijg ik m'n eerste route-beschrijving voor Afrika in handen en rij door de menigte ongeveer een kilometer naar de boot. Dat is een avontuur op zich, er zijn veel kinderen en iedereen wil me een "high-five" geven en sommigen zijn behoorlijk enthousiast. Ik vraag me af of ik de boot kan bereiken zonder gebroken pols en voel me "high" door de geweldige sfeer. In de boot, motor vastmaken, naar boven, paspoort controle en op zoek naar m'n hut. Ik ben ingedeeld bij 2 Nederlanders en ik hoop dat ze tegen m'n gesnurk kunnen. Ik leg m'n spullen neer en ga naar boven om wat te drinken en m'n roadbook in orde te maken. Ik zit aan een tafeltje vlak bij de jongens van het KTM Red Bull team, dus af en toe spiek ik even om te zien wat zij highlighten. Ik weet niet precies bij wie ik aan het afkijken ben maar hij heeft overal dingen bij geschreven. Ik hou die van mij zo simpel mogelijk en beloof mezelf dat de volgende keer ik net zo'n handige rolhouder maak als Andy Caldecott. Het ziet eruit als zo'n ding dat de stadsomroepers vroeger hadden maar dan in het klein. Het eten is klaar en ik zit aan een tafel met Alfie Cox die verteld over het verschil dit jaar in de auto of op de KTM. Hij zegt dat het makkelijker is in de auto. Misschien probeert hij aardig te zijn maar ik geloof hem toch maar. Het is bedtijd.
Ik word om 3 uur wakker en de boot zou om 4 uur aankomen in de haven. Mijn hutgenoten slapen nog als baby’s. Ze hebben dit eerder gedaan. Ontbijt bestaat uit een croissant en koffie en ik ben blij dat ik wat extra fruit van het diner van gister heb meegenomen. De boot wordt aangelegd en de professionals komen naar beneden voor het ontbijt. Ik vraag me af wat ik gemist heb. Normaal gesproken heeft iedereen altijd haast om van een veerboot af te komen. Nee, niet vandaag. Iedereen is meer bezig om zolang mogelijk te slapen want we beginnen niet eerder dan 6 uur. Ik leer het op de harde manier. Buiten vormen we een groepje en wachten tot we geroepen worden. Ik zie Patricia en parkeer bij haar in de buurt. Ze vraagt me of ik klaar ben voor het echte rijden. Ik glimlach en zeg: "Zeker", maar ik ben helemaal niet zo zeker van m'n zaak. We gaan op weg en hebben 237km verbinding voor ons voordat we kunnen starten bij de special. Het is koud. Ik ben blij dat ik genoeg hersens had om mijn winterhandschoenen, een gezichtsmasker en een extra binnenjas in te pakken in m'n camelback-pack ( een rugzakje met waterzak en wat extra bergruimte) Ik zie een aantal mensen die dit niet hebben en ze zien wat blauw onder hun helm. Ik ben zeker niet de enige die gaandeweg moet leren. We rijden bij elkaar en vinden een benzinepomp, Patricia betaald dit keer, de volgende is voor mij. We rijden naar de special. De grond heeft kleine losse stenen, is droog en snel. Deze keer laat ik Patricia voor gaan en vergelijk haar navigatie met die van mij. Een paar keer gaat ze een andere kant op dan ik zou gaan en ik realiseer me dat het moeilijker is dan het lijkt. Ik ben dankbaar aan mijn beschermheer die ons samenbracht. Uiteindelijk rijden we met nog 2 Nederlanders, Mirjam Pol en Dirk-Jan Franken. Dirk gaat ons net voorbij wanneer Patricia, verrassend opeens de linker kant opgaat. Die had ik even in mijn roadbook gemist en ik denk Dirk ook. Hij blijft nu achter ons rijden. Het gaat verder goed en we halen mensen in en worden ingehaald. Ik ben blij dat Patricia een verstandigere rijder is dan ik. Voor de 5-de keer of de 1-ste keer meedoen, dat is echt een wereld van verschil. Dan klink er geronk en een Mitsubishi vliegt langs ons, 50 meter verder. Verdorie. Ik dacht dat we best snel gingen maar vergeleken met hem zien we er suf uit. Door het stof achter hem moeten we echt gas terug nemen en wachten tot het optrekt. Ik begrijp nu de waarschuwingen voor de auto's die ik eerder heb gekregen. Een stukje verder en mijn Sentinel systeem begint te gillen, hard en dringend: Beep, beep, beeeeeeep! Beep, beep, beeeeeeep! Beep, beep, beeeeeeep! Ik leer snel om dit geluid te respecteren met al mijn aandacht. Het betekend dat er een auto/truck achter je zit, dat je aan de kant moet en wel nu!!! De professionele rijders zijn goed. Wanneer ze kunnen, gaan ze van de weg af om je te passeren, zo niet dan geven ze de motorrijder de tijd en ruimte. Een aantal autorijders daarachter zijn niet zo behoedzaam. Sommigen vergeten zelfs dat ze een Sentinel systeem hebben. Ik wilde dat ik hun nummers kon lezen want dan zou ik ze in het bivak nog op een fijn bezoekje trakteren. Ik ga aan de kant en laat een auto passeren. De stofwolk wordt steeds dikker ik ga van de weg af en rij de open lucht in. Het enige probleem is dat het roadbook natuurlijk alleen voor de weg geldt, maar de mogelijkheid om te zien lijkt me nu toch nog veiliger. Dit gaat een poosje zo door. Rijden door het stof, passeren en gepasseerd worden. Ergens bij het 180km punt zitten we weer in het stof. Ik rij naast Patricia en zie vanuit m'n ooghoek dat ze gas terug neemt, ik kijk of we soms een andere kant op moeten en zie dan de greppel voor haar. VERDORIE. Ik kijk en zie het voor me. Het heeft geen hobbeltje om te kunnen springen dus dan maar het gas erop en het voorwiel omhoog en vingers gekruist. Het achterwiel raakt de overkant en ik vlieg door de lucht. Gelukkig valt de motor op z'n kant zonder te rollen en blijft mijn navigatiesysteem gespaard. Ik krabbel overeind, alles doet het nog. De motor ook. De anderen zijn verbaast dat het zo goed is afgelopen. Ik ook.
I was lucky. Ik heb heel veel geluk gehad.
We rijden verder. De volgende kilometers haal ik spullen van de motor. Mijn GPS werkt niet meer, ik zie dat er een kabel los zit. De voorvorken zijn vervormd en m'n routesheet control werkt ook niet meer. Ik stop om te zien of ik er wat aan kan doen, maar eerst uit het stof. De anderen hebben door het stof niet gezien dat ik ben gestopt en ze rijden verder.
Na 4-1/2 uur onrustig geslapen te hebben word ik wakker. Ik ben vergeten mijn oordopjes van de motor mee te nemen en het lawaai in het bivak maakt het slapen moeilijk. Het is vannacht koud geweest en de motor zit onder het ijs. Dit was mijn eerste keer in de tent en ik ben langzaam met inpakken. De andere jongens hebben ingepakt en ontbeten voordat ik het mijne heb opgeruimd. Ik moet het roadbook ook nog doen, was gister echt te moe. Tegen de tijd dat dat klaar is moet ik naar de start. Ik heb nog niets gegeten en ook nog geen lunchpakket gepakt, maar ik heb nog iets bewaard van de boot. Dat zal wel goed zijn.... Het is vandaag een korte liaison(verbinding), 56km dus we krijgen het niet al te koud. Ik word geroepen en ga van start. In het begin voelt het goed. De wind komt van zij dus het stof is snel weg, dat vergemakkelijkt het inhalen en ik ga snel wat plaatsen vooruit. Uiteindelijk moeten we tegen de wind in en wordt het weer een stuk moeilijker. Voor me rijden 3 quads in een rij een paar 100 meter uit elkaar. Ik zucht en probeer uit te zoeken hoe ik er langs kan, ik besluit uit hun stof te blijven en te wachten tot we van richting veranderen. Ik word ingehaald en moet inhouden. Dan nog een keer en nog een keer. Ik realiseer me dat dit niet werkt. Ik moet inhalen anders kom ik vast te zitten. Ik wacht tot het stof minimaal is en geef dan gas. Een paar seconden moet ik blind rijden. Ergens in het zand zit een steen zo groot als een voetbal. Het heeft mijn nummer en valt mijn voorwiel aan. We gaan neer en behoorlijk hard. De KTM is een tank en heeft slechts een paar schaafwonden. Ik daarentegen heb nu een pijnlijke linkerhand waar het stuur in het zachte gedeelte tussen wijsvinger en duim ramde. Ik stap weer op en vervloek het zand. Een paar kilometer is er een bocht en kan ik de quads makkelijk passeren. Mijn leerweg is nog hard. Het gaat een tijdje goed totdat ik hete olie ruik. Ik kijk naar beneden en het zit ongeveer op dezelfde plek als de eerste dag, ik zal er wel weer te veel in hebben gedaan en maak me niet echt zorgen. Er zit genoeg stof in de lucht om de overdaad op te nemen en ik rij door. Ik ga eens op m'n navigatie letten heb er nu de tijd voor. Het is interessant en niet zo moeilijk als ik dacht, het spoor van mijn voorgangers is dan ook duidelijk te zien. Ik ben benieuwd hoe dat in de duinen gaat. Ik kom aan bij het tank punt en eet wat van mijn lunch. Het stelt niet veel voor maar het smaakt me bijzonder goed. 15 minuten pauze en ik ga weer volgeladen op weg. Ik weet zeker dat ik niet alles nodig heb maar speel op zeker voor het geval ik verdwaal. Al gauw wordt het zand losser en dieper. Het is gaaf om in te rijden en ik haal wat mensen in die er meer moeite mee hebben. Tot zover gaat het goed. Ik volg het spoor maar nu gaat het uiteen. Mensen staan te wijzen dus ga ik die kant op, er staan verdacht veel fotografen en ik vraag me af of ze me deze kant opsturen voor betere foto's ! Ik kijk in mijn roadbook en daaruit blijkt dat het geval te zijn. Ik kies nu de juiste weg. Zal ik het leren? Het zand wordt dieper en het rijden moeizamer en overal zie ik sporen. Ik stop en probeer erachter te komen welke kant ik op moet. Er staan veel toeschouwers en 4 wijzen verschillende routes aan. Ik zoek uit welke ik wil nemen en ga die kant op. Verkeerd. Ik rij terug, probeer een andere en die is wel goed. Mijn navigatie is nog steeds even belabberd. En ik moet er echt aan werken wanneer ik uit het zand ben. Het zand wordt dieper en ik rij over de randen van de duinen. Dat is leuk, maar op een gegeven moment moet ik toch een afdaling maken. Ik val wanneer het voorwiel wegzakt en stopt. Niks aan de hand maar mijn heuptasje, die ik om de zitting had, is losgerukt. Ik stop hem tussen m'n knieën. Na een paar keer vallen realiseer ik me dat de tas steeds tussen de vork en de tank komt als ik een bocht naar rechts wil maken. Toeristen komen me helpen, tillen de motor op en ik zweet me rot. Het tasje weer vastgemaakt en ga de grotere duinen op. Overal zijn toeschouwers en mijn motor is zwaar van de benzine. Ik val. De motor ligt in een gekke hoek en ik krijg hem niet overeind. Mensen komen aangerend en helpen me. Ik ga weer....en val weer....weer hulp en nog een keer en nog een keer. Ik stop en zet de motor uit, mijn tong hangt op m'n knieën. Ik drink wat en vraag me af hoe dat straks moet in de echte hoge duinen. Misschien moet ik "Echte Amateur" op m'n helm schrijven, of laten tatoeëren op m'n voorhoofd.... En ik heb medelijden met de rijders die al eerder moeite hadden. Een van de medewerkers komt aanrijden op een quad en zegt:"volg mij maar." Hij laat me zien hoe ik over de randen van de duinen moet rijden, net als een surfer. Het is gemakkelijk en ik voel me nog dommer dat ik er doorheen ben gereden. Ik begrijp nu waarom sommige mensen ervan houden en anderen het haten. Het draait allemaal om techniek. Ik ben blij dat ik ben gestopt en een gratis les heb gekregen. Uit het zand, de ruimte in. Ik stop bij een klein dorpje en geef m'n rug die pijnlijk is van het gevecht in het zand even wat rust. Een Marokkaanse tiener vraagt nieuwsgierig naar de motor. Hij spreekt frans en ik alleen engels. Gebarentaal voldoet. Er komen steeds meer bij en ik heb het gevoel dat ik moet gaan. Ik pak m'n spullen en rij verder. Ik heb geen idee wat er was, maar ik heb de afgelopen jaren geleerd naar dat gevoel te luisteren.
Ik heb weer volop de ruimte en oefen m'n navigatie. Het valt me op dat m'n koppeling wat rommelig werkt als ik het loslaat en vraag me af waarom. Ik rij verder en kom bij een van de deelnemers uit Senegal. Hij is niet zeker van zijn route en ik denk dat hij het spoor heeft gevolgd. Ik laat hem zien in het roadbook waar we zijn en rijden verder. Dan valt m'n oog op m'n GPS, die is geactiveerd voor een verstopte checkpoint, maar die is in de andere richting. Ik draai om en ga terug, ontwijk nog net de 4wd die achter me rijdt. Ik zie allerlei andere voertuigen uit alle mogelijke richtingen die kant oprijden en vraag me af hoeveel variaties in het roadbook we met elkaar gemaakt hebben. Wanneer een GPS een signaal van een Waypoint opvangt zie je het betreffende voertuig meteen omdraaien en terugrijden. Heel grappig om te zien. Na een tijdje gaat het olielampje aan in het lage toeren gebied. Ik vraag me af of de overvulling toch niet een olielek is. De volgende 20 kilometer gaat het niet beter en ik vraag me af wat ik kan doen. Het lampje gaat steeds vaker aan en ik probeer de oliedruk hoger te houden door meer toeren te maken. Dan zie ik een aantal toeristen in een 4wd die staan te kijken. Ze komen uit Spanje en geven me wat olie in ruil voor wat foto's. Ik vind het prima. De rest van de dag verloopt zonder incidenten, behalve dat de pijn in m'n rug steeds erger wordt. De meeste tijd zit ik op de motor, staan doet teveel pijn en het is zo ook makkelijker om de motor in controle te houden met m'n linkerhand over het stuur. De hand wordt steeds pijnlijker maar als ik m'n duim op de koppeling laat rusten gaat het wel. Het houdt me wel op en wordt vaak ingehaald. Ik arriveer bij het checkpoint en rij de liaison naar het bivak. Ik stop bij een dorpje en was de olie van de motor. De vuldop lekt terwijl hij wel strak zit. Ik draai hem nog strakker en hoop dat het probleem even verholpen is. Het begint donker te worden. Ik ben blij dat ik een van de koplampen met een xenon heb verwisseld en heb aangesloten op het groot-lichtcircuit. Maar als ik het nog eens zou doe dan vervang ik ze allebei. Een enkele lamp op normale sterkte is hier niks. Het olielampje springt weer aan. Verdorie. Ik had er nog wat extra olie in moeten doen, ik heb nog 100km te gaan. 70 km later blijft het aan dus ik zet de motor stil en probeer een auto te stoppen. Een Dakar-enthousiast stopt, maar hij heeft alleen speciale diesel olie en dat laat zich niet mengen. We proberen een andere auto te laten stoppen. Uiteindelijk wil hij 30 km verderop olie voor me halen. Ik probeer hem om te praten maar hij gaat toch. Al snel daarna stopt een deelnemer in een auto die me wat olie kan geven. Ik ga weer op weg en kijk uit naar mijn andere helper en ik denk dat ik hem zie. Ik geef een lichtsignaal en rem, maar hij passeert me en rijdt verder. Ik bedank hem in m'n helm en hoopt dat hij het begrijpt. Ik geef m'n tijdkaart af in het bivak en er wordt geapplaudisseerd door de organisatoren. Ik denk niet dat mensen dit echt opvalt. Elke keer als je een eind-checkpoint inrijdt, krijg je applaus en wordt je hand geschud. Het heeft veel invloed op mijn psychische gesteldheid, het gevoel dat mensen al jouw moeite zo waarderen wanneer je daar aankomt. Waarschijnlijk is hun verteld dat ze dat moeten doen, desalniettemin het werkt.
Dit keer parkeer ik mijn motor dicht bij de truck waar m'n tent ligt. Ik hoor dat Maurice Selling is gestopt vanwege een gebroken sleutelbeen. Hij heeft een motorzaak vlak bij mijn vorige woonplaats en ik heb hem dus een aantal keer ontmoet. Jammer, dat hij heeft moeten stoppen. Ik word niet goed van mijn rug en ga naar de tent om te eten en wat uit te rusten bij het vuur. Ik heb het gevoel dat ik 15 rondes met Mike Tyson achter de rug heb en zit in een dip. Ik bel met mijn vrouw (een van de opnames van Pete uitgezonden door RTL 7) Na het eten ga ik terug naar de motor. Joris de monteur van Maurice biedt me zijn hulp aan. Nu Maurice uit de race is kan hij me helpen met de motor. Het heeft een enorm positieve uitwerking op me. Voelde ik me eerst erg down, nu lijkt alles weer mogelijk. Ik begin aan de motor en Joris zegt dat ik maar beter wat zachter kan doen. Verbaast vraag ik waarom en hij verteld dat de andere deelnemers in de tent naast me al een tijdje slapen. Nu begrijp ik dat ik de enige idioot uit Nederland ben die het in z'n eentje probeert......de volgende keer doe ik het met monteur. Ik dicht het olielek en kom erachter dat de olie-koeler-plug los zit. Ik weet zeker dat ik het gister heb vastgedraaid maar het tegendeel is waar. Wanneer er geen losse dingen meer te vinden zijn, vervang ik een luchtfilter en pas de ketting aan. Het is 1 uur en ik moet om 4 uur opstaan om weer om 5 uur van start te gaan. En deze keer wil ik wel graag ontbijten. Mijn rug doet meer pijn dan ooit en als het morgenochtend nog zo is dan moet ik toch echt langs een dokter. Deze keer heb ik m'n oorpluggen wel bij me dus snel slapen.
Ik word wakker om 4 uur het is weer koud en de motor zit onder de vorst. Volgende keer neem ik een hoes mee, koude natte zittingen, smerig. Ik ruim de tent op. M'n rug voelt weer wat beter. Had waarschijnlijk gewoon rust nodig. Vandaag wordt een lange dag, 817 km totaal, inclusief de liaison van 187km naar de startlijn. De meeste tijd zal het koud en nat zijn dus eerst langs de eettent. Warme eitjes vinden hun weg samen met de croissants en de koffie en ik pak een lunchpakketje mee. Dat bestaat uit een vruchtensap, zakje pinda's, blikje rijst/bonen-mix, blikje van een of andere paté, een noga-reep, een ricecrispy-reep en een zakje chips. Als er meer in zat dan weet ik niet meer wat dat was. Alle pakjes zijn klein. Ik stop ze in m'n rugzak, uitgegeten en op weg naar de start en wachten tot ik kan beginnen. Het ijskoud en ik probeer m'n rug warm te houden. De volgende keer zorg ik ervoor dat ik m'n jas en broek aan elkaar kan ritsen. Verder voel ik me prima . Ongeveer halverwege heb ik moeite om m'n ogen open te houden. We rijden in de bergen en dit gebied met haarspeldbochten is niet echt de plek om weg te doezelen, het is een gevecht. Een stuk verder staan ongeveer 20 motoren stil. Het ziet ernaar uit dat er een paar uit'gevallen' zijn, er zijn genoeg mensen die helpen dus we rijden verder. De zon komt op. Dit is altijd mijn favoriete deel van de dag. Een prachtige zonsopgang en wat warmte. Het leven is goed.
Ik arriveer een 1/2 uur voor mijn starttijd en loop wat rond om warm te worden. Mijn rug doet alweer pijn en ik geef de kou de schuld. Ik draag ook nog eens 5 kg water in mijn 2 camelbacks en alle extra's die ik in mijn jaszakken heb gepropt, dat maakt het er niet beter op. Carlos Sainz arriveert in zijn VW en komt naar ons toe. Hij verontschuldigt zich voor het feit dat hij zo snel achter ons van start moet gaan. Hij kan zich goed voorstellen hoe erg het voor ons moet zijn om in het stof te rijden. Wij herinneren hem er glimlachend aan altijd zijn Sentinel aan te hebben, maar hij zal niet een van de rijders zijn waar wij last van zullen hebben. De professionals doen het prima, het zijn juist de jongens verderop in het veld die de problemen veroorzaken. Eindelijk krijg ik mijn teken en vertrek met een andere rijder. Ik heb gezworen vandaag niet te vallen en laat de andere rijder voorgaan, ik doe het rustig aan. Deze special is 350 km lang en m'n rug is nu al geïrriteerd, dus ik ga proberen het meer als een lange trial te benaderen dan een race. Het is behoorlijk rotsachtig en na een tijdje wordt het echt erg. Het zijn alleen maar rotsen, niets anders. De enige manier om dit te berijden is door snelheid te houden en door het gyroscopisch effect van de wielen rechtop te blijven. Als je dat verliest heb je het niet meer in de hand. Ik zit achter een Franse rijder die aan het ploeteren is en ik kan er voorbij komen. Maar om dat te doen moet ik flink gas terug nemen. Een stukje verder zit er een bocht van 90 graden in het parcours, ik heb te weinig snelheid en ga neer. De Fransman stopt en helpt me overeind en rijdt verder. Hij gaat neer en ik help hem. We blijven dit doen tot we aan de top zijn. Mijn rug doet pijn. Over de heuvel ligt meer van hetzelfde, maar naar beneden gaat het toch makkelijker. Door de zwaartekracht hou je snelheid en ik kom beneden zonder vallen. De Fransman gaat mij te langzaam en ik rij verder. De pijn is weer erger geworden en ik vraag me af hoe ik deze dag door kan komen. Er komen auto's langs maar ik heb geen Sentinel gehoord. Ik vervloek ze. De GPS heeft een nieuw truckje en gaat uit wanneer er teveel hobbels zijn. Ik moet steeds stoppen om hem weer aan te zetten en dan ook mijn waypoint bijstellen. Het is irritant en het vertraagt. Ik ruik weer hete olie. Ik realiseer me dat ik niet meer staande rij, eigenlijk hang ik meer over het stuur om mijn rug te ontlasten. Het is geen goed teken. Ik stop en controleer de olie, kan niets bijzonders vinden. Misschien weer een overflow van gister die nu langs de uitlaat zijn weg vindt. Ik check de Sentinel,die staat uit en ik krijg hem ook niet meer aan. Er zit een knik in de elektriciteitskabel. Stukje van de mantel af, aan elkaar draaien en een stukje tape erom. Ik verontschuldig me bij de bestuurders die ik vervloekt heb. De volgende keer zal ik wat extra onderdelen meenemen. De motor weer in elkaar en ik rij weer verder. De GPS is er weer mee gestopt en ik loop de kabels na.
Ik heb nog maar 60km van de 350km gereden en daarna is er nog een 282km lange liaison. Na wat rekenwerk ben ik dan om 2100 uur in het bivak als ik op een redelijk tempo kan blijven. Werken aan de motor, eten dan ben ik wel om 0.30 uur klaar en de motoren beginnen morgen om 1.30 uur aan een behoorlijk zware dag. Ik zit en tijdje te zitten, apathisch, dit gaat niet lukken. Ik bekijk al m'n opties. Ik kan geen enkel scenario bedenken waar ik niet buiten de tijd aankom of gebroken door m'n rug. Ik zit een 1/2 uurtje te denken en probeer te accepteren dat dit is zo ver als ik gekomen ben. Het doet net zo veel pijn als mijn rug en ik heb me nog nooit zo diep gezeten als nu. Ik sta op, het wordt tijd om te zien of de Iritrack werkt en ik druk op het kleine blauwe knopje. Ik hoor een telefoon overgaan en m'n motor begint Frans te praten. Ik voel me behoorlijk down maar moet toch echt even lachen om de absurditeit dat ik hier tegen m'n motor sta te praten, in the middle of no-where, in Marokko.....en hij praat ook nog terug. Er wordt gevraagd of ik medische hulp nodig heb, ik vertel de dame in kwestie dat ik nog kan rijden maar heel langzaam. Ze stelt voor dat ik naar de CP 1 (checkpoint) rij en daar wacht op de bezemwagen die mij en de motor zal meenemen. Het is maar 40km. De laatste 5km, de grond wordt glad en snel met van die kleine richeltjes die je ziet als de motor gaat zweven. Ik leun over het stuur en ga ervoor. Ik geef gas en geniet van mijn laatste rit in de Dakar, met m'n linker arm hangend naast de motor. Was er nu maar een media helikopter in de buurt.
Drie 4wd komen aangereden. Ze komen uit Zwitserland en hebben uren gereden om de Dakar langs te zien komen. Ze zijn te laat. Alleen een kapotte 4wd die via de snelweg terug gaat naar het bivak, en ik. We praten wat en ik leg ze uit hoe het navigatiesysteem werkt. Op hun beurt zetten ze een tafel en stoelen neer, halen bier, wijn en Zwitserse kaas tevoorschijn en nodigen me uit.
De taxi is een hele oude, ratelende Mercedes. De chauffeur spreekt geen engels en wij geen frans. Als je de deur van binnen uit wilt openen kan dit alleen door je arm door het raam te steken en het van de buitenkant te doen. De auto maakt vreemde geluiden en heeft tapijt op het dashboard. Ik zit voorin maar krijg de stoel niet naar achter en zit met m'n knieën tegen het dashboard. Het wordt een lange rit. Ik doezel wat. Ergens in de nacht worden we gestopt door een politiepost aan de weg. Later zien we dat dat heel normaal is. De taxichauffeur is zeer beleeft tegen ze en ik zie dat de politie hier nog heel wat macht in handen heeft. Ik heb het gevoel dat de motor wel veilig staat. De politieagent noteert onze namen en racenummers en begint wat mensen te bellen. Uiteindelijk besluiten ze dat we geen bedreiging zijn voor het land en mogen we verder rijden. Dit gebeurt een aantal keer op onze reis. Ongeveer 100km voor Tan Tan begint het ratelende geluid aan de achterkant van de auto steeds luider te worden. Na 50km wordt de chauffeur wat nerveus en controleert zijn wielen. Ik weet wel wat het is maar wil het hem niet vertellen omdat ik bang ben dat hij dan niet verder wil rijden. De achter universele verbinding in de achteras is verrot (vrij uit het engels vertaald door een niet-techneut die nu wel heel nieuwsgierig is wat het is, Ingrid) Ik hoop maar dat hij heel voorzichtig verder rijdt. Af en toe laat hij het gas los en ramt op de koppeling hopend dat het weggaat. Ik krimp ineen en vraag hem in het engels om dat alsjeblieft niet meer te doen. Hij glimlacht, knikt zijn hoofd en doet het weer.... en weer. De laatste 20 km gaan we heel langzaam. We arriveren in het bivak net als de laatste langzame auto's vertrekken. Het is 4 uur in de ochtend. De motoren zijn al heel lang weg. Ik geef de chauffeur de 1000 Dirham en ik zie in z'n ogen dat hij heel dankbaar is. Ik zou willen dat ik nog meer had, hij moet ook weer terug, naar huis.
Ik ga naar het ELF-vliegtuig op zoek naar m'n kist/krat. Hij staat niet op de stapels. Ik haal een koffie en blijf zoeken. Iemand ziet het nummer op m'n jas en zegt dat mijn kist bij de truck staat. Ik zit al in de DNF-zone (did not finish=is niet aangekomen) Ik ben teleurgesteld en verdrietig en ga m'n spullen uitzoeken. De laatste 2-span staat hier en ook Charley Boorman's motor. Ik vraag me af wat er gebeurt is en realiseer me dat ook de beste amateurs kunnen uitvallen. Jammer. Het voelt geweldig om mijn motorspullen uit te kunnen doen en gewoon een spijkerbroek aan te hebben. Ik heb alleen m'n vieze motorjack om me warm te houden dus die neem ik mee, en m'n helm. Ik weet niet wanneer ik de rest van m'n spullen weer zie dus pak ik ook mijn gereedschap. Dat heb ik thuis weer nodig. Ik heb geen idee wat ik nu moet doen of naar wie ik toe moet. Normaliter zie je wel wat mensen met rode jacks van de organisatie, maar nu niet.
De volgende ochtend is onze taxichauffeur er al, of nog. Hij ligt te slapen in z'n taxi. Op het vliegveld praten we over de tickets. Rene's kantoor heeft zijn ticket vanuit Nederland geregeld. Ik heb hetmijne gister op het vliegveld gekocht. Hij heeft zijn executive class voordeliger dan ik mijn economy class. Ik baal en ga verhaal halen. Blijkt dat alle goedkoper tickets al waren verkocht en alleen mijn duurder over was, het vliegtuig is vol. Ik ben niet blij, maar accepteer het en schrijf later wel een brief. In Casablanca is het vliegtuig een uur vertraagd. We krijgen een ontbijtvoucher. Een koffie en een croissant. Ik ga nog voor een tweede, maar moet die toch echt afrekenen. OK, dan. In de wachtruimte wordt mijn naam omgeroepen. Ik loop ernaar toe en zie dat mijn ticket is veranderd in een executive plaats. Ik heb liever het geld terug maar accepteer hun gebaar van goede wil en laat de brief ook maar zitten. Behalve het betere eten komt de stoel niet echt tot z'n recht want ik slaap voor het grootste deel van de vlucht. We komen aan in Amsterdam, ik wacht op m'n gereedschap. Buiten rennen de kinderen op me af en vliegen me in m'n armen. Ik voel me geen mislukkeling meer. Ik ben thuis.
-------------------------
Zou ik het weer doen ? Diezelfde avond heb ik naar de tv gekeken, maar kon maar naar de helft kijken. Ik had er vrede mee dat ik het had geprobeerd. Het was genoeg. Gister heb ik besloten het volgend jaar weer te proberen.
Een paar uur later hoorde ik dat Andy Caldecott was omgekomen. Ik zat achter de computer een half uur te huilen en vroeg me af waarom ik dit in vredesnaam wilde doen. Vannacht had ik nare dromen, ik was verdwaald en bleef alleen achter in de woestijn. Vandaag wil ik gaan en het weer proberen. Als ik de sponsoring rond kan krijgen, ben ik er volgend jaar bij. De Dakar is mijn berg en ik moet hem nog steeds beklimmen.
-------------------------
*Still to be translated.
Update.
The oil smell was just another small leak on a fitting. The bike is fine. The pain in the back was a slipped disc, and the pain in my hand was a chipped bone near the first joint.
All fixable for the next one...